Het huis is te klein geworden, of de indeling werkt niet meer. Dan komt de vraag: verbouwen we, of gaan we verhuizen? Die keuze wordt vaak op gevoel gemaakt, terwijl het grootste deel van het antwoord in je hypotheek zit. Wat je maandelijks kwijt bent, wat je kunt bijlenen en tegen welke rente, dat bepaalt in de praktijk welke van de twee scenario’s haalbaar is.
Begin bij wat er nu al kan
Voordat je aannemers gaat bellen of huizen gaat bezichtigen, is het handig om je eigen positie scherp te hebben. Hoeveel heb je nog openstaan, hoeveel is je woning waard en hoeveel ruimte zit daar tussen? Die overwaarde is meestal de sleutel: hij kan de verbouwing financieren, of dienen als inleg bij een volgend huis.
Met een rekentool kun je een eerste indicatie krijgen van wat er mogelijk is. Ga bij een hypotheek berekenen niet alleen uit van het maximale bedrag, maar vooral van de maandlast waar je je comfortabel bij voelt. Het maximum is een grens, geen advies. Reken ook met een scenario waarin je inkomen tijdelijk lager is, want een verbouwing die je financieel op het randje zet, gaat jaren aan je hangen.
De rente bepaalt meer dan het bedrag
Bij verbouwen leen je meestal een relatief klein bedrag bij, bovenop je bestaande hypotheek. Bij verhuizen sluit je vaak een compleet nieuwe hypotheek af tegen het tarief van vandaag. Dat verschil is belangrijk: heb je een lage rente vastgezet, dan kan het aantrekkelijk zijn om die te behouden en alleen bij te lenen. Sta je op het punt dat je rentevaste periode afloopt, dan verandert het rekensommetje volledig.
Het helpt om de actuele tarieven en de verschillende rentevaste periodes naast elkaar te leggen. Wie hypotheekrente vergelijken serieus neemt, ziet snel hoeveel een paar tienden procent over twintig of dertig jaar uitmaakt. Zeker bij bedragen boven de twee ton loopt dat op tot tienduizenden euro’s.
Verduurzamen geeft vaak extra ruimte
Wie verbouwt, kan meestal meer lenen als een deel van het geld naar verduurzaming gaat. Isolatie, een warmtepomp, zonnepanelen of nieuw glas vallen bij veel geldverstrekkers onder een gunstiger regeling, en soms krijg je een rentekorting bij een beter energielabel. Het loont dus om die maatregelen mee te nemen in dezelfde aanvraag in plaats van er later los aan te beginnen.
Vraag ook na welke bonnen en berekeningen je moet aanleveren, want een bouwdepot werkt met facturen achteraf. Wie dat vooraf weet, houdt de administratie tijdens de bouw overzichtelijk.
Verhuizen kost meer dan de vraagprijs
Bij een volgend huis komt er een stapel bijkomende kosten voorbij: overdrachtsbelasting, notaris, makelaar, taxatie en advies. Reken op enkele procenten van de aankoopprijs die je zelf moet meenemen. Daar staat tegenover dat je met een verhuizing in één keer alles krijgt wat je wilt, zonder maanden in een bouwput te wonen.
Bij verbouwen zijn de bijkomende kosten lager, maar de onzekerheid groter. Bouwkosten lopen op, planningen schuiven en tijdens de werkzaamheden gaat het gewone leven door. Wie een keuken en badkamer tegelijk aanpakt, moet ergens anders kunnen koken en douchen. Dat is geen financiële post, maar het weegt wel mee.
Zet de twee scenario’s naast elkaar
Maak twee kolommen op één blad. Links de verbouwing: aanneemsom, bijleenbedrag, nieuwe maandlast, doorlooptijd. Rechts de verhuizing: aankoopprijs, kosten koper, nieuwe hypotheek met de rente van nu, verwachte opbrengst van je huidige huis. Vaak springt er dan al een duidelijke winnaar uit, en zie je meteen waar de risico’s zitten.
Twijfel je nog, laat een adviseur de beide scenario’s doorrekenen met jouw cijfers. Een uur voorbereiding scheelt je jaren twijfelen of je de juiste keuze hebt gemaakt, en je weet daarna precies waar je grens ligt voordat je aan iets begint.