Vloerverwarming is inmiddels standaard in nieuwbouw en wordt bij verbouwingen bijna automatisch voorgesteld. Toch leeft er een set overtuigingen omheen die elkaar tegenspreken en die je op verjaardagen, op forums en bij de bouwmarkt alle vier op één avond kunt horen. Dat is niet zo gek: het systeem gedraagt zich anders dan een radiator, en de meeste ervaringen zijn opgedaan met radiatoren.
Hieronder staan zeven beweringen die blijven rondzingen, met wat er in de praktijk van klopt.
“Je moet vloerverwarming dag en nacht aan laten staan”
Half waar, en het hangt af van je huis. Een vloer met leidingen in de dekvloer is traag: het duurt uren voordat een aanpassing merkbaar is, en net zo lang voordat de warmte eruit is. In een goed geïsoleerd huis met een warmtepomp is een constante, lage temperatuur inderdaad efficiënter dan pieken en dalen, want die installatie draait het zuinigst bij een gelijkmatige belasting. In een matig geïsoleerd huis met een gewone cv-ketel is een nachtverlaging van één of twee graden juist wel zinnig. Wat in geen van beide gevallen werkt, is het systeem ’s ochtends acht graden omhoog draaien en ’s avonds weer terug. Dan is de vloer ’s middags warm terwijl niemand thuis is en ’s avonds nog steeds koud.
“Op vloerverwarming kan geen houten vloer”
Dat kan wel, maar niet elke houten vloer. Waar het om draait is de warmteweerstand van het pakket dat op de leidingen ligt. Hoe dikker en isolerender de vloer, hoe warmer het water moet worden om dezelfde kamertemperatuur te halen, en dat kost geld en gaat bij een warmtepomp ten koste van het rendement. In de praktijk betekent dat: relatief dun, verlijmd in plaats van zwevend, en gemaakt van een houtsoort die weinig werkt. Eiken doet het beter dan beuken. Laat het hout bovendien een week in de ruimte acclimatiseren voordat het gelegd wordt, anders krijg je binnen een seizoen naden. Tegels en gietvloeren geleiden het best, en juist daarom komen die zoveel voor in combinatie met vloerverwarming, zoals ook naar voren komt in het stuk over gietvloeren. Kunststofvloeren kunnen prima, mits ze uitdrukkelijk geschikt zijn verklaard, iets waar de keuze van een pvc vloer rekening mee moet houden.
“Met vloerverwarming heb je een lekker warme vloer”
Dit is de grootste teleurstelling voor mensen die net zijn overgestapt. De vloer wordt niet warm, hij wordt neutraal. De oppervlaktetemperatuur ligt in een woonkamer meestal tussen de 23 en 27 graden, en er zijn goede redenen om daar ver onder de dertig te blijven: hogere vloertemperaturen zijn ongezond voor je benen en slecht voor de vloerafwerking. In een badkamer mag het iets hoger. Wie het gevoel van een warme vloer onder blote voeten zoekt, moet elektrische bijverwarming in de badkamer overwegen en niet het hele huis daarop inrichten.
“Een vloerkleed mag niet op vloerverwarming”
Een kleed mag gewoon. Er gaat niets kapot, er ontstaat geen brandgevaar, en de vloer eronder houdt het prima. Wat er wel gebeurt, is dat de warmteafgifte op die plek afneemt, en dat merk je in de rest van de kamer. Een klein kleed onder de salontafel is verwaarloosbaar. Een dik hoogpolig kleed van vier bij drie meter over de halve woonkamer verandert de warmtebalans wel degelijk. De vuistregel die aannemers hanteren: samen niet meer dan ongeveer de helft van het vloeroppervlak bedekken, en let vooral op de ondertapijten, want die isoleren vaak meer dan het kleed zelf.
“Vloerverwarming is altijd zuiniger dan radiatoren”
Nee, en dit misverstand kost mensen het meeste geld. Vloerverwarming is niet zuinig omdat het vloerverwarming is, maar omdat het met lage watertemperaturen kan werken. Dat voordeel verzilver je pas als de warmteopwekker daarvan kan profiteren, dus bij een warmtepomp. En het verzilvert zich alleen in een huis dat de warmte vasthoudt. Ligt er geen isolatie onder de vloer, dan verwarm je een deel van het jaar de kruipruimte, en dat is letterlijk warmte die naar beneden verdwijnt. Vloerisolatie is bij vloerverwarming dus geen extraatje maar een voorwaarde, en Milieu Centraal zet de gangbare methodes en terugverdientijden naast elkaar in de uitleg over vloerisolatie.
“Als het toch zo traag is, heeft slim regelen geen zin”
Precies andersom. Juist omdat het systeem traag is, moet de regeling vooruitdenken in plaats van reageren. Een thermostaat die alleen meet of het te koud is en dan bijstookt, loopt bij vloerverwarming altijd achter de feiten aan. Wat wel werkt is een weersafhankelijke regeling, die de watertemperatuur laat meebewegen met de buitentemperatuur, eventueel aangevuld met een thermostaat die leert hoe lang jouw vloer erover doet om op te warmen. Verder is verdeling per ruimte belangrijker dan mensen denken: een slaapkamer die je nooit gebruikt hoort dicht te staan op de verdeler, niet op de thermostaat in de gang.
“Een lek in de vloer betekent de hele vloer eruit”
Dit hoor ik het vaakst als reden om er maar niet aan te beginnen, en het is grotendeels achterhaald. Lekkages in vloerverwarming komen zelden voor in de leiding zelf, want die ligt in één doorlopende lus per groep en heeft onder de vloer geen koppelingen. Waar het misgaat is bij de verdeler, en die zit in de meterkast of in een kast waar je gewoon bij kunt. Ontstaat er toch schade in de vloer, bijvoorbeeld doordat iemand een schroef door de dekvloer heeft gezet bij het monteren van een keuken, dan wordt de plek opgespoord met een warmtebeeldcamera en lokaal opengehakt. Dat is vervelend en het kost een paar honderd euro, maar het is geen sloop van de hele verdieping. Wie laat aanleggen doet er wel goed aan om na het storten een foto van de leidingen te maken en die te bewaren, want die ene foto scheelt later het meeste zoekwerk.
Waar het uiteindelijk op neerkomt
Vloerverwarming is geen verbetering van een radiator maar een ander soort verwarming, met andere gewoontes. Je stelt hem in en laat hem staan, je kiest de vloerafwerking erbij in plaats van erna, en je isoleert eerst. Wie die drie dingen doet, heeft een systeem dat nauwelijks opvalt, en dat is het hoogst haalbare compliment voor verwarming. Wie ze niet doet, zit met een vloer die nooit precies goed voelt en een rekening die niet lager is geworden.
Het is bovendien onderdeel van een bredere verschuiving. Verwarming is in tien jaar tijd van een zichtbaar apparaat aan de muur veranderd in iets dat je hoort te vergeten, en dat verandert ook hoe kamers worden ingedeeld, zoals beschreven in het stuk over de stille revolutie in huisverwarming. Wie nu verbouwt, neemt die keuze dus niet alleen voor de warmte maar ook voor het meubelplan van de komende vijftien jaar.